Karmeliterwater

Nog even over citroenmelisse.

Citaat uit de London Dispensary uit 1696: ‘Citroenmelisse zal, indien elke ochtend toegediend, iemand jonger maken, het denkvermogen versterken en een smachtende aard wat opvrolijken’.

Zo’n 150 jaar daarvoor maakte Karel V (en vele anderen) dankbaar gebruik van deze eigenschappen. Hij nam dagelijks een paar slokken Karmeliter water. De Benedictijnen hadden Dom Bénedictine en de Karmelieten konden blijkbaar moeilijk achter blijven. Mochten jullie (ik ga er maar van uit dat hééél veel mensen dit lezen…) ook een opkikkertje kunnen gebruiken – hier is het recept!

  • 25 gr vers citroenmelisseblad
  • 20 gr verse citroenschil
  • takje marjolein
  • ½ kaneelstokje
  • 5 hele kruidnagelen
  • 1 tl geraspte nootmuskaat
  • 2 cm verse engelwortelstengel
  • 300 ml wodka
  • Gebruik een vijzel om alle droge ingrediënten fijn te malen
  • doe alle bestanddelen (ook de verse) in een klein flesje en
  • voeg de wodka toe, goed afsluiten.
  • dit 10 dagen laten staan en iedere dag schudden.
  • zeef het dan door een katoenen of linnen doek en knijp deze goed uit zodat je alle vocht eruit haalt.
  • zeef het dan nogmaals, door een koffie – of theefilter in een schoon flesje.
  • gebruik dit als een parfum of in een aromalampje, verdund met water.
  • laat het nog drie weken staan op een koele, donkere plaats.

O, en al surfend net gelezen dat ‘eau des carmes’ in het Groot Dictee der Nederlandse Taal van 2008 zat!

Hier nog een origineler recept.

En in Leiden, bij drogisterij Boerhaave, schijn je het gewoon te kunnen kopen!

Over niet zo natuurlijke selectie

De meeste tuinen op ons complex zijn nogal keurig aangeharkt en die van ons, nou ja, niet zo…

Dat houden we voorlopig ook zo.

Maar dan is er nog steeds genoeg te doen.

Zo staat de tuin nogal vol. En voor een deel ook vol met veel van hetzelfde. Veel sedums bijvoorbeeld. Vind ik mooi, tuinMan niet zo, maar we hebben er in ieder geval geen acht van nodig.

sedum in najaar/winter

Nou is een sedum nog wel makkelijk te verwijderen. Dus daar blijft gewoon ééntje van staan en als we er toch meer van willen, splitsen we die wel weer.

Maar er staan ook flink wat groenblijvende struikjes (een heester, ietwat gelijkend op een buxus, maar ook weer niet. Als ik erachter kom hoe het heet laat ik het wel weten), waarvan wederom één misschien wel leuk is, maar tien wat te veel van het goede.

Deze wortelen echter heel diep en hardnekkig. De kleinere exemplaren kosten gemiddeld drie kwartier graven, trekken en vloeken om te verwijderen. De al wat grotere exemplaren krijg ik er dus niet uit.

Dan hebben we nog één of ander bessenstruikje waarvan het beste dat ervan gezegd kan worden is, dat-ie zich zo goed uitzaait door de hele tuin. En vogels vinden ‘m wel fijn, denk ik.

En heel veel citroenmelisse. Maar dat ruikt lekker. En dan mag je blijven.

Wat te planten en wanneer

Zo langzamerhand begint het te kriebelen – ik wil planten, zaaien, oogsten, inmaken!

Afgezien van het feit dat de tuin nog een grote rommel is (ik durf daarvan geen foto’s te laten zien), is het ook nog erg vroeg in het jaar.

Een plan maken is echter geen slecht idee. Tot nu toe heb ik vooral vage ideeën over wat ik wil. Schorseneren bijvoorbeeld (daarover een andere keer meer) en geen uien maar wel sjalotten. En veel tomaten want ik wil groene tomatenjam maken en ketchup en gedroogde tomaten op olie en.. en .. en..

U begrijpt dat ik voorlopig nog genoeg inspiratie heb om een paar posts te vullen.

Maar, ter zake.

In één van mijn tuinboeken stond dat het langzamerhand tijd werd om aardappelen voor te kiemen, zodat ze over een paar weken in de grond kunnen. Terloops vermeldde ik dat in een telefoongesprek met mijn vader. “Daarvoor is het nog véél te vroeg. Je moet aardappelen pas na Sint Joep de grond in doen!”

Daar wachten we dus maar op. Kan ik nog even het web op om lekkere pootaardappelen te vinden.

Wie suggesties heeft of nog meer heiligen kent die het tuinwerk beïnvloeden – ik lees het graag!